Fout
  • Het template voor deze weergave is niet beschikbaar. Neem contact op met de websitebeheerder.

Capaciteitentesten

Analogieën

Voorbeeld

... staat tot moeder, als broer staat tot ...

We zien een zin (meestal een zin gescheiden door een komma) waarbij meestal de eerste en laatste woord zijn weggelaten. Het kan ook voorkomen dat alleen de eerste of alleen de laatste

woord zijn weggelaten. Door de relatie tussen de woorden te herkennen kan je de zin kloppend maken. In dit geval is het:

Vader...zus

Antoniemen

Voorbeeld

Zwart

Je krijgt een woord te zien met een aantal keuzemogelijkheden. Van jou wordt verwacht om het woord met de tegenovergestelde betekenis te selecteren. Het kan voorkomen dat een aantal antwoordopties sterk op elkaar lijkt, toch is er maar één antwoord juist.

In bovenstaand geval zou het correcte antwoord zijn:

Wit

Cijferreeksen

Voorbeeld

2 4 8 16 32 ...

We zien een getallenreeks (meestal 4-6 getallen) waarvan het laatste getal of de laatste 2 getallen is/zijn weggelaten. Door de logica in de getallenreeks te herkennen (in dit geval vermenigvuldigd met 2) kies je het juiste antwoord (64  128).

Redactiesommen

Voorbeeld

Op de effectenbeurs verdien je 2750,--. Wat bestemd is voor je gezin (partner en 2 kinderen).

Je koopt daarvan, voor een feest, een nieuwe outfit.

Je eigen outfit en die van je partner kost 375 per persoon.

Die van je kinderen kost 150 euro minder.

De rest van het geld gaat naar de bank, die geeft 2% rente.

 

Hoeveel rente brengt het geld op na één jaar?

A) 35,50

B) 31,00

c) 37,00

d) Geen van alle antwoorden is correct.

 
We zien een stuk tekst met daarin een aantal getallen en cijfers. Naar aanleiding van deze informatie wordt er een vraag gesteld. Met de gegeven informatie is de vraag te beantwoorden. Deze subtest meet hoe goed je kunt rekenen met in woorden gestelde rekenproblemen.

In bovenstaand geval is het correcte antwoord 31. Oplossing: 2750 - 375 (eigen outifit) - 375 (partner outfit) - 225 (kind 1: 375-150) - 225 (kind 2: 375-150) = 1550 %2 = 31

Syllogismen

Voorbeeld

Beweringen:

Alle katten hebben vlooien.

Sommige vlooien zijn rood.

Antwoordopties:

- Alle vlooien zitten op katten

- Alle katten hebben rode vlooien

- Sommige katten hebben geen rode vlooien

- Geen van de bovenstaande conclusies klopt

We zien twee beweringen (alle katten hebben vlooien & sommige vlooien zijn rood), waar een relatie wordt beschreven. Het is aan jou de taak om te kijken welke conclusie je op basis van deze twee beweringen kunt trekken om vervolgens het juiste antwoord te kiezen, ofwel deductief redeneren.  

In dit geval is het: Geen van de bovenstaande conclusies klopt.